english - englishsvenska - swedish

Bijen als opruimers in de natuur

Rudolf Steiner heeft mij op het idee gebracht om er zo eens naar te kijken. Doordat hij de regenwormen opruimers noemt van overtollige etherkrachten. Waarom zouden de bijen dan niet opruimers kunnen zijn van overtollige astrale krachten? En jawel er zit iets in.

Wanneer je goed kijkt naar het gedrag van de bijen, dan valt op dat ze ogenschijnlijk zeer effectief omgaan met hun haalgedrag. Dat betreft hoofdzakelijk hun haalgedrag van nectar, veel minder van stuifmeel of water. Ze vliegen pas dan massaal, wanneer er ook massaal nectar te vinden is.

Het is natuurlijk niet zo logisch om te denken dat het bijenvolk een soort afweging kan maken. Nu nog net niet massaal vliegen en nu wel. In eerste instantie is hun haalgedrag afhankelijk van de behoeften van het volk zelf. Wanneer er broed is vliegen ze zeker meer dan wanneer er geen broed is. Vanuit hun behoeften is echter niet verklaarbaar dat ze massaal gaan vliegen wanneer er massaal nectar beschikbaar is. Bovendien kan het gebeuren dat ze hun hele kast voldragen, tot zelfs een broednest nauwelijks meer mogelijk is. Dat gaat dus ver boven de eigen behoeften uit.

Nog interessanter wordt het, wanneer je ziet dat deze massaliteit op kan treden bij bloemenhoning, zoals bij de linde-bloesem bijvoorbeeld, maar ook bij de boshoning. Wanneer de bijen vliegen op de afscheiding van bladluizen. De honing die hieruit ontstaat wordt boshoning genoemd. Het is een donkere honing, soms bij het zwarte af, die ook vrij pittig smaakt. Het gekke is echter dat je ze normaal gesproken niet ziet vliegen op bladluizen. Waarom dan wel in die speciale omstandigheden. In Duitsland kan dat op sommige momenten zo massaal zijn, dat ze binnen 2 dagen hun hele kast vol kunnen halen.

Een andere waarneming is dat ik bijen dit jaar heb zien vliegen op de onderkant van bepaalde bladeren. Bladeren waar normaal gesproken wel bladluizen onder zouden kunnen zitten, maar die waren er op dat moment niet. Het was de eerste keer dat ik bijen zoiets zag doen.

Misschien is het dan wel zo, dat de bijen massaal gaan vliegen, wanneer door het weer en andere omstandigheden massaal nectar wordt uitgescheiden, om te voorkomen dat die nectar negatief in de natuur gaat werken. Het zou zo kunnen zijn dat luizen of andere insecten, die wel schadelijk zouden kunnen zijn voor de natuur, zich te veel zouden kunnen voortplanten door de overvloed aan bladnectar. De behoefte ligt dan dus niet zozeer bij de bijen, als bij de natuur zelf. Daar ontstaat een noodzaak om een te veel aan nectar op te ruimen.

Een interessante gedachte, zeker wanneer je hem uitbreidt naar andere dieren, zoals roofdieren en vissen. Dieren die niet alleen uit eigen belang eten of verzamelen, maar in belang van het geheel. Dieren die de natuur schoonhouden, omdat de natuur daar behoefte aan heeft. Dat past natuurlijk wel bij de voorstelling dat de aarde als geheel een levend wezen is en dat ook agrarische bedrijven en natuurgebieden een levend organisme vormen. Binnen dergelijke organismen kunnen de dieren als opruimers functioneren van gewassen en andere zaken die zouden gaan rotten, wanneer ze niet zouden worden opgeruimd. In het geval van de bijen kan een explosieve voortplanting van luizen of andere insecten worden voorkomen, door het opruimen van te overvloedig aanwezige nectar. De nectar kan daarbij de stoffelijke drager zijn van astrale krachten.

Jan Saal