english - englishsvenska - swedish

 Biologisch /chemievrij?

Het realiseren van een goede bodemvruchtbaarheid is de basis voor biologisch telen en dat kan eigenlijk  alleen zonder kunstmest en zonder bestrijdingsmiddelen (insecticiden, pesticiden, herbiciden & fungiciden). Het streven is dan om het bodemleven en de mate van organische stof in de teeltlaag optimaal te krijgen. Compost en mestcompost, liefst van eigen bedrijf, zijn de krachtigste ingrediënten daarbij. Tal van bedrijven en moedige telers zijn de laatste jaren opgestaan om deze omschakeling geleidelijk of snel te maken.

De bloemen- en bloembollenteelt lopen echter flink achter bij de verschuiving van regulier naar chemievrij telen. Een verschuiving, die vooral op verzoek van de consument kan plaatsvinden. De bloemen- en bloembollensector is nog een van de sectoren in Nederland waarin de meeste bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Omdat er grote economische belangen mee zijn gemoeid, is het de vraag of toelating van deze vaak zwaar giftige middelen wel secuur genoeg gebeurt. Daarbij zou het voorzorgsprincipe een belangrijke rol dienen te hebben: niet toelaten voordat helemaal duidelijk is dat het kan, daarbij speelt 'stapeling' een belangrijke rol evenals subletale doses en de effecten op langere termijn.

Het werkelijke chemievrije aanbod aan bloemen en bloembollen is helaas nog minimaal. Circa 1 op de 1000 aangeboden planten/bloemen/bloembollen is momenteel van biologische/chemievrije teelt.

Er is bij veel telers welwillendheid om over te schakelen naar gifvrije, biologische bloembollen, zo is er in Noord-Holland een initiatief om specifiek de bloembollenteler te steunen bij omschakeling. Zij hebben een netwerk opgezet en nodigen sprekers en adviseurs uit om hun verhaal te doen, waarna keuzes worden gemaakt. Maar de overgang is niet eenvoudig en duurt jaren. Lastig is dat de opbrengst per definitie omlaag gaat omdat vanwege de ziektedruk de bollen bij de bestrijdingsmiddelenvrije teler niet zo dicht opeen kunnen staan als bij de reguliere teler. Daarnaast is het wieden een arbeidsintensieve kwestie. En … is de consument wel bereid dan de reële prijs te betalen?

Keurmerken zouden kunnen dienen om aan te geven waar een teler staat in het omschakelen naar minder bestrijdingsmiddelen en meer biologisch telen. Maar de keurmerken zijn niet zo inzichtelijk en vaak zelfs ronduit misleidend. Ook zijn er goede telers die geen certificering hebben. Dat zijn niet per definitie slechte telers, het kunnen zelfs telers zijn met zeer mooie biologische producten of telers die flink minderen in het gebruiken van insecticiden, kunstmest en andere schadelijke ingrepen voor het gewas, de vogelstand, de insecten en de honingbijen. Certificering is namelijk duur en er zitten veel onduidelijke en soms dubieuze kanten aan de reglementering. Duidelijk wordt de situatie vaak pas in het contact met de teler zelf.

De keuze ligt dus niet alleen bij de telers, maar vooral bij de consument, de inkopers van de winkel(keten)s, de exporteurs, de groenbeheerders van de gemeenten, landgoederen, de provincies, Rijkswaterstaat, de politiek en de imkers.

Een overzicht van de keurmerken is op deze pagina te vinden: